Liefde voor kippen

Méér dan een scharrel

Als het woord ‘kippig’ nog niet was bezet door ‘bijziend’, dan zou ik het van toepassing verklaren op Angelo Dorny. Want behalve praktisch is hij in zijn boek ook lyrisch over hoenderen zoals ik nooit eerder heb meegemaakt; dat verdient wel een eigen bijvoeglijk naamwoord. Laten we zeggen ‘kips(ch)’.
Wij hadden thuis een klein stukje land waar behalve voor wat aardappelen en labbonen ook ruimte was voor een flinke kippenren, alwaar de hennetjes rondstapten die wij hadden vernoemd naar nonnen uit het nabijgelegen klooster – en er was soms een haan bij voor de nodige onkuisheid. Onder onze supervisie kwamen daar ook kuikentjes uit voort, dus vertel mij niks over aaibaarheid. Die kuikentjes waren bij ons overigens allemaal geel, iets waar Dorny niets over zegt. En zijn ervaring met kippen was en is oh zo veel groter, evenals zijn affectie voor eh, hen. Op de boekvoorkant laat hij zich door diverse individuen beklimmen.

‘Liefde voor kippen’ is een kloek naslagwerk (of is dit een woordspeling te veel?), 283 gebonden kwaliteitsbladzijden van 25x19x3 cm., ongeveer 2 kg, en zonder veel neiging om op eigen houtje dicht te klappen. Het schreefloze lettertype is wel erg klein, slechts een paar millimeter hoog (maar ik ben een beetje kippig). Daar staan een groot aantal kaderteksten in koeieletters tegenover, die het lezen erg helpen. De duidelijke hoofdstukindeling maakt het ontbreken van een index volkomen aanvaardbaar.

Angelo beschrijft eerst (naar mijn smaak ietwat overdadig) zijn groeiende kippenliefde – inclusief therapeutisch kipknuffelen – , aanvankelijk met het bekende kindergezeur naar een over het houden van hennen septische moeder, die echter de kwaadste niet was dus spoedig overstag ging voor zijn kippenhouderij.

Zijn liefde blijkt overigens niet exclusief, want onze beste zuiderbuur (B – dat is soms te merken aan de tekst) wordt bioloog en stelt menig dierenleven te boek, kijk maar op internet. Dan volgt de informatieve en instructieve hoofdmoot; gelukkig blijft die even leesbaar. Na een pagina geschiedenis (jazeker, ook de kip stamt af van de dino) krijgen we summier de anatomie van de kip, die bijvoorbeeld twee magen heeft, en schrik niet want ook dit dier slikt steentjes om het voedsel te vermalen. Daarna info over kippengedrag, waaronder de pikorde, En zowaar over kip’s gevoeligheid voor lekkere luchtjes (waardoor onrust in de tent kan worden bezworen door veel aaibeurten met licht geparfumeerde mensenhanden, zodat ze elkaar allemaal vertrouwd vinden ruiken). En natuurlijk over de overbodigheid van een permanente haan in het hennenhok.

Over agressieve hanigheid heeft hij een ietwat pijnlijke anekdote, dus weest u ook maar een beetje voorzichtig.

Daarna het eerste van de twee praktische lijstjes voor de aspirant-kippenhouder – want voor deze is het boek in eerste instantie bedoeld. De eerste lijst betreft maar liefst 40 rassen, waaronder de Ukkelse baardkriel, de Orpington en de Mechelse koekoek. Hè? De koekoek is toch geen kip, en omgekeerd? Angelo helpt me hier niet uit mijn verwarring. In elk geval, net als bij andere gezelschapsdieren vinden we hier minder of meer handtastbare soorten, en de auteur helpt ons bij het maken van een keuze.

Het tweede lijstje betreft tientallen hoenderziekten en –aandoeningen; geen prettige lectuur maar wel noodzakelijke. Tussen beide lijsten in krijgen we informatie over huisvesting , dus over kippenhok en kippenren; over eten en drinken; over onze hulp bij het broeden; en over ontstaan en samenstelling van het ei. Dit laatste met veel eerbied en ontzag: hij is geen veganist, maar pleit wel voor zorgvuldige hantering van dit product.

Ja, op voorwaarde van die zorgvuldigheid mag je het ei als product beschouwen. En de kip zelf? Ik vind het een ernstig tekort, dat de auteur in het hele boek slechts in een terloops zinnetje aandacht besteedt aan het treurige lot van de kip in de bio-industrie, terwijl dat mijns inziens zeker een apart hoofdstuk of minimaal een aparte paragraaf verdient. Ook over de ethiek van het als particulier kippen houden lezen we weinig of niets (behalve dan over dat heilige ei). In mijn kindertijd bijvoorbeeld werd kippen het vliegen onmogelijk gemaakt door periodiek kortwieken door pa met schaar. Dus geen dak op de ren meer nodig. En het was pijnloos, zeiden ze. Hm, dacht ik.

Angelo Dorny: Liefde voor kippen. Uitgeverij Fontaine; 2022; ISBN 978 94 6404 142 2; € 28.


© 2026 Toon van der AA