Onze vorige keer, luisteraars, en ik bedoel daarmee 8 december, zou ik mijn 150e column uitspreken. In plaats daarvan werd de hele uitzending feestelijk aan mijn persoontje gewijd, aangezien ik vanaf het begin bij Radio Signaal betrokken ben geweest, ouwe hap dus. Mijn échte 150e column is dan ook waarmee ik op dit moment bezig ben, al is dat niet meer zo retespannend natuurlijk. Maar ik gloei nog steeds na van de waarderende woorden die tóen uitgesproken zijn, wat een feest voor mijn ego! Mij dank aan de toen in de studio aanwezige Jeannine, Olga, Pleun, Michiel en Bep, die mijn warme waardering verdienen voor de warme waardering die ze me toen bezorgden, als iemand nog begrijpt wat ik bedoel.
Ik heb nooit te klagen gehad over waardering voor mijn doen en laten. Heel anders bijvoorbeeld dan mijn moeder, van wie het vanzelfsprekend werd gevonden dat zij haar gezondheid en ambities opofferde aan ons gezin – zoals zoveel huisvrouwen in mijn jonge jaren deden; dat was in de jaren 1950 en daaromtrent. Nou was dat helemáál een tijdperk van niet lullen maar poetsen. Neem nu mijn oom Gerard, die ontiegelijk goed was geweest in de oorlog maar waar nauwelijks over werd gesproken. Of mijn vader zelve, die vlak ná de oorlog als kampbewaker weigerde om gearresteerde NSB-ers te mishandelen – wat hem eerder op kritiek kwam te staan dan op waardering. Deze heldendaad kwam mij pas later ter ore, en ik betreur nog steeds dat ik hem er onvoldoende voor heb geprezen.
Voor korte en spectaculaire reddingsacties was daarentegen wél aandacht hoor. Zoals in het klassieke geval van kind uit het water opvissen. In óns geval betrof dat mijn broer Jan, het riviertje de Dommel en het onvoorzichtige buurmeisje Hanneke. Dat leverde het mooie maar ongefotografeerde moment op van snikkende ouders en wel tien gulden voor mijn broer. Nou zag in die tijd de Dommel gitzwart van de chemicaliën, dus het arme kind heeft later vast een derde oor gekregen of waanzinnig nageslacht, maar dit terzijde.
In de omgangscultuur en mediatechniek van tegenwoordig is veel meer ruimte voor nadrukkelijke waardering, in het privédomein, in maatschappelijke organisaties, en van overheidswege. Wat dat laatste betreft wijs ik graag op de ridderorde zoals verstrekt aan Dini Glas voor haar vele vrijwilligerswerk, onder andere als een der oprichters van Radio Signaal.
Helaas moeten we bij het woord ‘waardering’ tegenwoordig, of waarschijnlijk sinds het begin der mensheid ook denken aan schijnheilige of goedkope waardering. Zoals voor het zorgpersoneel in corona-tijd, dat dankbare spandoeken te zien kreeg maar nauwelijks een beter gevuld loonzakje. Jaja dat kwam van verschillende afzenders, maar toch…
Een laatste ondergewaardeerde groep vormen de vele patiënten met lichamelijke of geestelijke problemen, die hun lijden vaak heldhaftig verbijten. En helemaal als laatste de mensen met ogenschijnlijk geringe talenten en geringe bijdrage aan de maatschappij. Ik roep u op om zo iemand op te sporen en naar haar of hem uw waardering uit te spreken, het kan niet schelen waarvoor. Want zonder waardering kan niemand leven.
——————————————————
Muziek, voor Michiel:
het allereerste nummer van mijn CD Piano Concerto Collection, in overleg met J. na minuten laten wegsterven a.j.b. Het volume is na een paar halfharde noten matig luid. Dank je!
Mogelijke tekst voor Jeannine:
“Dit was het begin van het enige concert voor piano en orkest door de Noorse componist Edvard Grieg, die leefde van 1843 tot 1907. Bij ons weten heeft ie over waardering hiervoor niets te klagen gehad. Het is ook een lekker stuk, nietwaar?”

