Van god naar gelijke

Eeuwenlang hebben dokters en hun patiënten als ongelijken tegenover elkaar gestaan. Jegens koningen, edelen en geestelijken verkeerden medici  in een dienstbare positie – en soms zelfs in een benarde positie, als een behandeling niet werkte. Met gewóne mensen waren de verhoudingen omgekeerd: de geneesheer was een godenzoon, de patiënt een eerbiedige nul.

De min of meer erkende artsen, met als goedkopere versie de barbier die ook kiezen trok en benen afzaagde, die hadden concurrentie van twee andere beroepsgroepen, namelijk de gebedsgenezer en de kwakzalver. De gebedsgenezer genoot ontzag door zijn of haar lijntje naar hogere sferen, maar de beschuldiging van hekserij lag steeds op de loer. De kwakzalver, vaak rondreizend met watertjes, smeerseltjes en poedertjes, ook die beoefende een gevaarlijke nering: zó kon hij op de markt een mooie omzet behalen en naar de volgende plaats vertrekken, zó kon ie het misnoegen van bedrogen patiënten over zich heen krijgen en in pek en veren het dorp uit worden gejáágd.

U kunt zich dus voorstellen, dat verzekeringen voor wettelijke aansprakelijkheid toentertijd vreselijk ingewikkeld waren en alle klachten- en informatielijnen roodgloeiend bezet.

Sinds de opkomst van de reguliere geneeskunde is dit alles flink veranderd. We worden tegenwoordig behandeld door een wettelijk erkende dokter, die betaald wordt door een wettelijk erkende ziektekostenverzekeraar. En de afstand tussen arts en patiënt is ook verkleind. Dit laatste kwam eigenlijk pas in de tweede helft van de vorige eeuw op gang: vooruitstrevende artsen gingen de patiënt openheid geven en soms zelfs enige zeggenschap in de behandeling; mondige patiënten gingen naar de bibliotheek om over hun kwaal te lezen. En nu, nu kijk je op internet zó in details naar een bepaald aspect van je aandoening dat het bij de dokter soms lijkt dat je er meer vanaf weet dan zij.

Ook de omgangsvormen zijn inmiddels genivelleerd. Ik heb al een paar keer meegemaakt dat een arts het in mijn bijzijn over mij oneens was met een andere arts, wat mijn vertrouwen in deze vaklieden vergrootte wegens hun openhartigheid. Daarnaast ben ik de laatste tijd al een paar keer door piepjonge dokters getutoyeerd, jaja.

Maar de oude concurrènten van de serieuze geneeskunde hebben het hoofd niet in de schoot gelegd. Gebedsgenezers, sjamanen en voodoodansers zijn over de hele wereld nog volop actief, goed benaderbaar en dikwijls tegen gunstig tarief. En bij ons hebben kwakzalvers  de publieke opinie al vóór het feitenvrije internet zover weten te krijgen dat hun potjes en pilletjes gedeeltelijk in het ziekenfonds zitten. God nog an toe, wat mogen die lui blij zijn met het placebo-effect.

Maar daarmee houdt de afstandverkleining op, want het verre Opperwezen wordt door de lijdende mensheid nog volop aangeroepen en ingeschakeld. Al gebeurt dat nogal eenzijdig. Zoals een chirurg in een katholiek ziekenhuis eens tegen mijn moeder verzuchtte: “Als de operatie geslaagd is dan gaan ze als dank een kaarsje aansteken bij de heilige Maria; maar als de operatie míslukt is dan krijgt de dokter de schuld.“

Muziek voor Michiel:

The Piano Concerto Collection SPOOR 1: allegro moderato

Duurt 12’49”, dus i.o. met Jan tijdig wegdraaien. Begint een beetje hard, daarna rustiger.

Begint tamelijk hard, daarna matiger.

Mogelijke afkondiging Jan:

“We luisterden naar het begin van het pianoconcert van de Noorse componist Edvard Grieg, die leefde van 1843 tot 1907. Samen naar muziek luisteren verkleint de afstand tussen mensen, bijvoorbeeld tussen arts en patiënt. En je schijnt er in sommige gevallen ook nog eens op geopereerd te kunnen worden.”


© 2024 Toon van der AA