In het kielzog van de corona-pandemie is er behalve qua volksgezondheid nóg het een en ander mis gegaan. Ik doel op de intolerantie van de ingeënte meerderheid tegenover de minderheid die zich niét wilde laten inenten. Hè, wat zeg ik nou, wat voor intolerantie dan? Bijna álle sprekers over Corona die ik heb gehoord op de radio en tv, en bijna alle schrijvers in kranten, bijna allemaal pleitten ze voor respect naar de prikweigeraars.
En daarnáást hadden alle commentatoren dan verschillende standpunten over bescherming tegen besmetting dóór die weigeraars. Hier was naar mijn mening sprake van zorgvuldigheid op het decadente af.
Voor wie niet zo vertrouwd is met het woord ‘decadentie’: het slaat op een verwende houding, bijvoorbeeld in mallotig dure consumptiefratsen, en ook op verfijning en zorgvuldigheid in de omgang tot in het absurde, en op doorgeschoten correctheid en doorgeschoten tolerantie, waardoor uiteindelijk maatschappelijke verzwakking en verval optreden. En dat is heden ten dage in onze samenleving bezig, vrees ik.
Ik ben teleurgesteld in onze prikweigeraars, die alsmaar op de trom sloegen van intolerantie, isolatie, schending van hun mensenrechten. Terwijl massavaccinaties heel gewoon zijn en zíj dus door hun weigering zélf het isolement kozen. Laten ze liever een voorbeeld nemen aan de dienstweigeraars van indertijd, die veelal trots waren op hun gewetensbeslissing en die hun lange vervangende dienstplicht zonder veel morren accepteerden. Zij vroegen niet om excuses van de meerderheid. Nú krijgen de anti-prikkers deze excuses in feite wél, en dat vind ik decadent.
Een ander en érger geval van decadentie doet zich de laatste jaren voor, waarbij de gezondheidszorg en andere zorg zijn betrokken. Ik doel op agressie tegen hulpverleners, in het bijzonder tegen ambulance- en brandweerpersoneel. Dat gebeurt meestal, maar niet alleen, tijdens de jaarwisseling. Dan wordt de orde verstoord, worden vernielingen aangericht en rellen ontketend, waar geregeld gewonden bij vallen of brandjes ontstaan, en daar gaan de desbetreffende hulpdiensten op af.
Ter plaatse worden die vervolgens met stenen bekogeld of individueel bedreigd. De politie staat daar tamelijk machteloos bij, want hun geweldsinstructie staat het gebruik van vuurwapens te zelden toe. Dat vind ik een voorbeeld van decadente tolerantie. Op het gevaar af om ingedeeld te worden bij de voorstanders van strengere straffen en minder tolerantie over de hele linie, vind ik dat de politie hier onmiddellijk of na één korte waarschuwing met scherp moet schieten, want hier is sprake van ontwrichting van de hulpverlening en in feite een plaatselijke en tijdelijke staat van beleg en.
De gewond geraakte raddraaiers gaan vervolgens naar het ziekenhuis, misschien wel met dezelfde ambulance die ze zonet hebben aangevallen, in afwachting van hun berechting. En op de eventuele doden wordt gerechtelijke sectie verricht. Het incident wordt onderzocht en de daders krijgen een straf van de rechter. Waarbij die rechter gewoon zoals bij iedereen rekening houdt met verzachtende omstandigheden zoals een moeilijke jeugd en slechte vrienden. En wie dit laatste óók al decadent vindt, die is gevaarlijk doorgeschoten naar intolerante normen. Dán nog maar liever decadentie..!
——————————————————
Muziek:
Symfonie nr.2, eerste deel: Allegro collerico; duurt 10’27”, dus i.s.m. presentator/trice zelf zeer voortijdig langzaam wegdraaien. Het volume is matig luid.
Mogelijke afkondiging:
“Deze ietwat boze muziek is van de Deense componist Carl Nielsen, die leefde van 1865 tot 1931. Het is het begin van zijn Tweede Symfonie en heet Allegro Collerico, wat woedend betekent, bv. met een kort lontje.”

