Sicko

Als kind ben ik en paar keer de bioscoop uit gelopen omdat ik een plasje moest. En ik was te verlegen om daarna terug te durven gaan en zo opnieuw de aandacht op me te vestigen.

Bij de film Sicko van de Amerikaanse maatschappijcriticus Michael Moore, die ik onlangs heb gezien, daarbij ben ik wél teruggekomen. Want ook al duurt deze gedramatiseerde documentaire wel erg lang, boeiend is ie zéker.

Het woord ‘sicko’ is haast niet te vertalen. Zeg maar ‘zwak, ziek en misselijk persoon’. Maar Moore bedoelt er niet één enkel mens mee, doch de hele Amerikaanse maatschappij. En dat gaat het om de gezondheidszorg, of liever de verzekeringen die je daarvoor kunt afsluiten.

In de Verenigde Staten lopen ontstellend veel mensen onverzekerd rond, doordat ze te arm zijn om de premie te betalen. Zelfs in acute gevallen worden zij vaak niet of minimaal geholpen, en soms gewoon op straat gezet. In Nederland hebben we veel minder onverzekerden, dat zijn vooral illegaal verblijvende buitenlanders, en er bestaat hier in elk geval een behandelplicht ongeacht verzekering, waar je elke arts aan kunt houden.

Maar de film richt zich vooral op Amerikanen die wél een verzekering hebben en zich zo veilig wanen. Om te beginnen worden echter veel aandoeningen van verzekering uitgesloten, dikwijls zonder dat de betrokkene zich dat goed realiseert. Ook doen verzekeringsmaatschappijen, die allemaal commercieel zijn en dus winst moeten maken, hun uiterste best om vooraf of achteraf redenen te vinden om een behandeling niet te vergoeden. Zoals onnozele informatie die de patiënt per ongeluk heeft vergeten om door te geven. Moore geeft daarvan schokkende en schofterige voorbeelden. En tenslotte blijken er vaak ineens torenhoge bijkomende kosten tot het eigen risico te behoren.

De filmmaker wijt al  die misstanden aan het commerciële karakter van het verzekeringswezen, en daar heeft hij gelijk in denk ik: wie als bedrijf te fatsoenlijk is wordt weggeconcurreerd. Moore vergelijkt dat met een paar landen met verplichte en automatische verzekeringen, grotendeels via de belasting. In Nederland is ie niet geweest, maar misschien had hij hier onze tendensen onderkend naar marktwerking, prijsconcurrentie, eigen risico, verzekeringspakketten voor armen en rijken, e.d. En als Nederlandse burgers dragen we bij aan de verschraling van de zorg, wanneer we vooral kiezen voor een goedkópe verzekering i.p.v. voor een góede.

Moore’s Amerikaanse tegenstanders verwijten hem propaganda voor de almachtige staat, voor socialisme, en dat is hen een gruwel. Hij antwoordt iets minder demagogisch maar zeer terzake, dat in de VS de brandweer, het onderwijs en het bibliotheekwezen wél in overheidshanden zijn zonder dat daar het rode gevaar erbij wordt gehaald. En ik weet, dat veel Amerikaanse sportorganisaties uitgesproken socialistisch te werk gaan: als één club of team te succesvol is, wordt dat via reglementswijzigingen teruggedrongen.

Bij andere gelegenheden is Michael Moore beticht van demagogie, van selectieve berichtgeving, van manipulatie. Voorzover ik kan beoordelen valt dit bij Sicko mee; en als de helft van die film klopt is dat al erg genoeg. En de presentatie is eerder humoristisch dan zwaar aangezet, afgezien van een paar niet onderbouwde beschuldigingen van omkoopbaarheid. Maar als Moore zijn publiek werkelijk wil manipuleren, zou hij zich toch half zo goed moeten gaan kleden en scheren als bijvoorbeeld Al Gore. Want zoals ie er nú uitziet, jaagt ie verlegen kinderen en conservatieve volwassenen de bioscoop uit.


© 2024 Toon van der AA