Scheiding der machten

Eén van de pijlers van de moderne democratie is de zogeheten scheiding der machten. Die komt erop neer, dat mensen en instanties met macht het tegenwicht van een andere macht nodig hebben en dat hun bevoegdheden niet teveel door elkaar moeten lopen.

Deze gedachte is vooral ontwikkeld door de Franse politieke filosoof uit de eerste helft van de achttiende eeuw Charles de Montesquieu, die onderscheid maakte tussen drie machten: de wetgevende macht, die de regels opstelt; de uitvoerende macht, die zorgt voor praktische toepassing van de regels; en de rechterlijke macht, die bij meningsverschillen vaststelt wie gelijk heeft.

Het heeft even geduurd voordat De Montesquieu zijn zin kreeg, maar tegenwoordig hebben we in elke behoorlijke democratie ten eerste de gekozen volksvertegenwoordiging als wetgever, ten tweede de regering als uitvoerder, en ten derde de rechter als neutrale knopendoorhakker en die zijn onafhankelijk van elkaar — al maakt de regering ook wel wetten, maar onder toezicht van de volksvertegenwoordiging.

Inmiddels zijn er twee belangrijke machten bijgekomen, één ongunstig en één gunstig. Een op eigen houtje werkend ambtenarenapparaat wordt wel “de vierde macht” genoemd, terwijl ze toch ondergeschikt behoort te zijn aan de andere machten die haar in dienst hebben genomen.

Nuttig en onontbeerlijk voor een democratie is daarentegen wél een vrije en onafhankelijke pers, die gevarieerde informatie verspreidt en misstanden aan de kaak stelt. Dat heet bij mijn weten nog niet de “vierde”of “vijfde” macht.

Overal waar met name de rechter of de journalistiek doen wat de regering zegt, daar gaat het mis en vindt onderdrukking plaats. Soms zelfs in landen waar wél behoorlijke verkiezingen worden gehouden.

Ook in de organisatie van de gezondheidszorg bestaat er een scheiding van machten.

Binnen algehele kwaliteits- en veiligheidseisen van de overheid wordt het wederzijdse tegenwicht vooral gevormd door de  zorgverleners enerzijds en de zorgverzekeraars anderzijds. De zorgverleners zoals ziekenhuizen en apotheken zijn de áánbieders van medische hulp, de zorgverzekeraars zijn namens ons de hulpvrágers met de portemonnee.

Deze twee onderhandelen intensief en uitgebreid met elkaar.

De overheid is een minder constante factor, want naar gelang de politieke stemming, d.w.z. naar gelang de stemming van ons als kiezers, wil ze meer of minder invloed, meer of minder controle, meer of minder marktwerking. Soms doet ze daarbij ook uitvoerend werk, zoals de laatste jaren de Gemeenten via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Een derde partij in dit spel van gewicht en tegenwicht vormen tenslotte de zorggebruikers, u en ik als patiënten, cliënten enz. Eeuwenlang hadden we niet veel in te brengen, maar de laatste tientallen jaren organiseren we ons in verenigingen van kwaallijders, regionale eenheden en in andere consumentenverbanden. Je zou natuurlijk kunnen redeneren dat we door verkiezingen en door ons lidmaatschap van een zorgverzekeraar, dus via de twee andere partijen, het eigenlijk allemaal al voor het zeggen hebben. Maar dat werkt niet altijd en daarom is het goed om een aparte tegenmacht op te zetten, en De Montesquieu zou ons waarschijnlijk groot gelijk geven.

De scheiding der machten maakt de maatschappij en ook de gezondheidszorg misschien wat ingewikkeld. Maar zonder die scheiding raakt de macht geconcentreerd in handen van weinigen en ben je voortdurend bezig met connecties en steekpenningen en smeekbeden om de zorg te krijgen die je nodig hebt. Dat is net zo ingewikkeld, maar bovendien erg onrechtvaardig.

Er zit dus niets anders op dan om een redelijk bewuste consument te zijn en een redelijk bewuste kiezer. Voor dat laatste krijgt u dit jaar twee keer de gelegenheid.

Muziek:

Van de plaat Open your Ear&Eye to Early Music SPOOR 6, Marin Marais, duurt 4’31”, dus draai maar weer lustig weg

Aanbevolen afkondiging:

“Dit was (een stukje uit) het Gravement & Gigue [ kraavemon ee gjieeke ] van de Franse componist Marin Marais [ marèè marê ] , die leefde van 1656 tot 1728, en daarmee een gedeeltelijk tijdgenoot was van De Montesquieu [ de môntskjieu ] “.


© 2024 Toon van der AA