Op de strontkar!

De tijd lijkt alweer lang voorbij, dat de heren doktoren elkaar de hand boven het hoofd hielden als ze een fout hadden gemaakt. Ja dat waren toen voornamelijk heren. Maar die hand en dat hoofd komen nog wel voor, vernemen we met enige regelmaat. Al betreft het tegenwoordig vaak verzekeringsmaatschappijen, die artsen vragen om hun fouten altijd te ontkennen en patiënten nooit excuses aan te bieden, omdat ze anders bij voorbaat kansloos zouden zijn bij een eventuele juridische schadeprocedure. Dat laatste schijnt niet eens wáár te wezen, maar belet medici toch vaak om zich normaal menselijk te gedragen.

Vroeger wisten we wel wat we met zwaar falende artsen moesten doen, evenals met leugenachtige kwakzalvers. In het Wilde Westen werden ze met pek en veren overgoten en de woestijn ingestuurd, bij ons op de Veluwe werden ze op een soort strontkar het dorp rondgereden voor openbare hoon en toorn. O nee, dat was voor overspel, dat was immers veel erger dan het dodelijkste medisch falen. Maar dit terzijde.

Over fouten van geneeskundigen kunnen we in het algemeen best genuanceerd zijn, want niet zelden is er sprake van verzachtende omstandigheden; hoge werkdruk is daarvan waarschijnlijk de belangrijkste, en daar hebben we als maatschappij allemaal schuld aan.

Heel andere koek is het, als de fout zó ernstig was, dat een arts door haar of zijn tuchtcollege wordt geschorst of zelfs helemaal uit haar of zijn beroep wordt gezet, wegens onbekwaamheid of grove nalatigheid. Zo iemand moet je als patiënt natuurlijk niet aan je lijf hebben.

En dát blijkt nou niet zo eenvoudig als het klinkt. Je zou denken dat op de deur van iemand die geschorst is of uit het beroep gezet een bordje hangt met de tekst: “Onbevoegd verklaarde praktijk.” Zoals je vroeger veel huizen zag met de tekst: “Onbewoonbaar verklaarde woning”. (Waar dan vaak wel nog steeds mensen in woonden, absurd genoeg.)

In mijn geboortedorp had de tandarts een patiënt eens onnodig pijn gedaan, volgens die patiënt dus, die daarop assertief reageerde door in koeieletters op de gevel van de arts te kalken: “Smoelsmid Klootzak”. Zo kan het ook; nou ja , of het zo ook móet…?

In  Amsterdam echter kon kortgeleden een tandarts na een beroepsverbod nog vele gebitten blijven ruïneren. Want je komt er bijna niet achter, als je dokter niet keurig zélf tegen je zegt dat hij of zij niet meer bevoegd is. Dat heeft De Volkskrant onlangs ontdekt met een eigen onderzoek. Het staat niet behoorlijk geregistreerd bij officiële informatiemedia, en als je net een beetje verkeerd zoekt op internet vind je ook niks. Kijk zelf maar na onder de titel “Beroepsverbod arts moeilijk te controleren”. Wel kun je elke dag de Staatscourant lezen, want daar worden naam en woonplaats van medici gepubliceerd wanneer ze uit hun vak worden gezet.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg vindt het niet nodig om ons daarover voor te lichten, dat moeten we zelf maar doen. Dan stel ik voor dat in Amsterdam het APCP dat uitvoert, met zijn informatie- en klachtenbureau Signaal. Neem een abonnement op de Staatscourant, maak een lijstje van nieuwe gevallen, en via oude nummers zoveel mogelijk ook van de bestaande. Plak dat dan overal aan, publiceer het wijd en zijd. Radio Signaal zal het maar al te graag de ether en de kabel opslingeren.

En die ellendelingen die na een verbod hun praktijk tóch proberen voort te zetten mogen wat mij betreft dat verbod op hun bil gebrand krijgen. Of ze worden de stad rondgereden op een strontkar.


© 2024 Toon van der AA