Mijn laatste betaalde baan was bij een adviesorgaan van de regering, dat ervoor was opgericht om die regering kritisch te volgen. Dat deden we, en dat werd gewaardeerd. De tijden zijn veranderd. Het adviesorgaan is opgeheven, ik werd arbeidsongeschikt, en inmiddels kun je op je sodemiéter krijgen wanneer je per ongeluk iets zegt of doet dat een minister niet aanstaat. Ik doel natuurlijk op onze minister van Asiel en Migratie Marjolijn Faber, en de onderscheidingen die zij weigerde te geven aan vrijwilligers van het COA, Centraal
Orgaan Opvang Asielzoekers, waar die Faber over gaat. Deze mensen hadden zich in hun vrije tijd verdienstelijk gemaakt door asielzoekers te helpen met dagelijkse beslommeringen en administratieve rompslomp, precies zoals hun taakomschrijving was maar dan keigoed. Dit laatste hadden diverse bevoegde commissies vastgesteld, en wat restte was een formele, automatische handtekening van de minister – precies zoals de koning ook elk jaar doet bij de zogeheten lintjesregen. Maar hee, al die medemenselijkheidd strookte niet met het beleid van minister Faber, dat gericht is op zo weinig mogelijk vluchtelingen, asielzoekers, illegaal verblijvenden, het verschil daartussen wordt nauwelijks meer genoemd, als ze maar buiten de deur gehouden worden. En Faber vond dat vanaf het begin af aan geen treurige zij het noodzakelijke taak, maar heeft steeds glunderend opgeschept over de laagterecords die zij zou verbeteren. Geen woord van medeleven voor de gemartelden, de weduwen en wezen, de intens getraumatiseerden, geen belangstelling voor de lidtekens op hun ruggen, op gebroken botten, geplette geslachtsorganen, geschroeide huid.
De vrijwilligers onder Faber’s onzalige ministerie konden daarentegen wél medemenselijkheid opbrengen – en werden daarvoor zwaar geschoffeerd door hun opdrachtgeefster.
Na mijn afkeuring voor betaalde arbeid kwam ik in het vrijwilligerswerk terecht, onder andere bij het Amsterdams Patiënten Consumenten Platform APCP, de belangrijkste voorloper van het huidige Cliëntenbelang. Ik ben daar zowaar nog een blauwe maandag voorzitter van geweest – en bleek daarin beter te zijn dan in mijn oude betaalde baan, maar dit zeer terzijde. Wij deden toentertijd veel aan emancipatie- en integratiebeleid voor migranten, waaronder vluchtelingen. Ik weet niet hoe dat laatste tegenwoordig door Cliëntenbelang wordt behartigd, maar ik maak me sterk dat Faber bij ons niet zomaar met haar inhumane streken was weggekomen. Ik denk, dat we samen met andere regionale patiënten- en cliëntenkoepels minimaal een verontwaardigde brief zouden hebben gepubliceerd, onder andere via Radio Signaal, waarin we het opnamen voor álle vrijwilligerswerkers en tégen de morele rot die blijkt uit het feit dat excellentie Faber niet uit de regering is gelazerd – jaja, andere ministers hebben de beslissing voor de COA-lintjes dan maar ondertekend toen Faber halsstarrig bleef, hoe gênant, maar haar als collega blijven accepteren is medeplichtigheid aan mensvijandig bestuur.
Laten we intussen waakzaam zijn voor de jaarlijkse landelijke lintjesregen ter gelegenheid van koningsdag, dat die niet ook verziekt gaat worden door vreemdelingenhatende extremisten zoals minister Faber, want dan raken we van de lintjesregen in de lintjesdrup.
——————————————————
Voor Michiel:
CD spoor 1, Chopin; i.o. met presentatrice laten wegsterven. Het begint matig luid.
Voor Jeannine, mogelijke afkondiging:
“We hoorden zonet het begin van het eerste concert voor piano en orkest van de half-Poolse, half-Franse componist Frédéric Chopin [ uitspr.: freederiék sjopèè], die leefde van 1810 tot 1849. Dit soort grote orkestwerken wordt ook wel door amateurs uitgevoerd, vrijwilligers dus — die daar soms zelfs wel eens een lintje voor krijgen.“

