Lente

Een paar dagen geleden ben ik naar de film ‘Rokjesdag’ wezen kijken. Daarin proberen vitale volwassenen elkaar te krijgen in het kader van een kook-cursus annex koppelbijeenkomst. Een ideaal thema voor onze invallende lente, ook al omdat de rokken en jurken welig zwierden.

Ter plaatse worstelde men met spontane aantrekking en afstoting, en ontstonden en ontbonden zich ettelijke tweetallen. Het bekende recept van relatiekomische films en series dus. Dat was onderhoudend, maar ook niet meer dan dat. Voor weinig extra moeite hadden de filmmakers het plot kunnen verrijken en een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van onze zeden en gewoonten.

Zo was er die jaloezie tussen twee hartsvriendinnen, die beiden op dezelfde vent vielen, terwijl hij niet tussen hen kon kiezen. Nu lees ik wel eens vrouwenbladen, u weet wel wat vroeger damesbladen heette, en onder andere daar is men al origineler dan de nobele geste van de ene vrouw die een lekker stuk laat schieten ten faveure  van een vriendin. Daar kom je al fatsoenlijke trio’s tegen, waarbij de man eerlijk wordt gedeeld. Maar ook vind je er platonische, ongehuwde, LAT-, neukloze en andersoortige relaties, en worden we er uitgenodigd om daar zelf eens over na te denken zonder het in het puur dolkomische te trekken. ‘Rokjesdag’ houdt echter krampachtig vast aan alles of niets op de eenpersoonsfiets.

Deze lente zou een mooie aanleiding kunnen vormen tot bezinning op onze grote nationale nood, dat de gemiddelde man, zoals bioloog Midas Dekkers het uitdrukt, dat de gemiddelde Nederlandse man minder wordt geaaid dan een hond. Ik denk dat de gemiddelde Nederlandse vrouw het ook niet wint van Fikkie, hoewel de dames onder elkaar vaak bewonderenswaardig handtastelijk zijn. Uit mijn jonge jaren herinner ik me nog een filmfragment waarin vriendinnen elkaars haren kamden en vlochten. Maar ik herinner me ook de eenzaamheid van mijn vader, die na een hersenbloeding en daaruit volgende spraakstoornis als verminderd aanraakbaar werd bejegend.

Sedertdien hebben we in de jaren ’70 een periode van relatief ontspannen omgang met lichamelijke aanraking meegemaakt, al moesten we er soms esoterische theorieën van zweverige goeroes bij verdragen. Tegelijk verhoogde de commercie de exploitatie van onze sexualiteit.

Die vrijere omgang met lichamelijkheid is intussen nogal teruggedraaid, zodat hulpverleners zich weer juridische zorgen moeten maken als ze hun verkommerde patiënten willen koesteren.

Daarentegen is de meest bizarre seks voor veel geld te krijgen en voor weinig geld te zien via internet, terwijl de tv morbide grossiert in de vreemdste lijfelijke kwalen. Maar wie lijdt aan een door aaitekort verdorde huid en gemoed die kan barsten, wie de sociale vaardigheid, het geld of de durf mist om zijn gerief te halen die kan de moord stikken. Ziedaar onze samenleving anno 2016.

Daarom luisteraars, roep ik u op: aai elke hond of kat binnen handbereik, want ze aaien terug. Aai ook zoveel mogelijk mensen zonder een verdiende klap voor je kanus te krijgen. Borstel en vlecht elkaars haren. Doe het solo, duo of multo, in huis of in bed of ondersteboven in een kroonluchter, kortstondig of voor de eeuwigheid. En zeg maar dat ik heb gezegd dat het lente is.

Michiel, hier de muziek (na enkele seconden graag):

Swedish Orchestral Favourites , SPOOR 11 , Hugo Alfvén, Polka.

Duurt 2’07”, kan misschien dus volledig, misschien ook niet, draai dan gerust langzaam weg.

Olga, mogelijke toelichting:

“We hoorden zojuist een lente-achtige polka van de Zweedse componist Hugo Alfvén [uitspr. Hoego Alféén, en die g ken je wel hè, als in gute Morgen], die leefde van 1872 tot 1960. Lang geleden was deze muziek de herkenningsmelodie van een radioprogramma op Hilversum 1, misschien kan een van u luisteraars ons nog vertellen welk programma dat was.”


© 2024 Toon van der AA