Het scheermes van Ockham

Het is vandaag precies zeshonderdachtentachtig jaar geleden dat Willem van Ockham wegvluchtte uit Avignon, Frankrijk, dat was dus op 26 mei 1328. Gottegot, wat doet ie weer moeilijk, zult u nu zeggen. Ja maar daar wou ik het nou net over hebben, die Willem was daar juist zo tegen, dus luister nog even, goed?

William of Ockham, O-C-K-H-A-M, kwam uit Ockham, Engeland, en hij was een Franciscaner monnik, theoloog en filosoof. Hij was naar een pauselijke rechtbank ontboden om een paar verdachte opvattingen te verdedigen, en de paus zat in die tijd in Avignon. Het ging vooral om de opvatting dat Jezus en de apostelen geen noemenswaardige bezittingen hadden gehad, en de katholieke kerk was inmiddels rijk en corrupt genoeg om dat een slecht voorbeeld ter navolging te vinden. Maar toen Ockham en zijn metgezellen in de gaten kregen dat ze wel eens de doodstraf met de zegen zouden kunnen ontvangen zijn ze stilletjes naar Beieren vertrokken, waar de koning van dienst gelukkig ook ruzie had met de paus.

Echter Willem is om iets heel anders beroemd geworden, namelijk om de stelling dat je bij de verklaring van verschijnselen geen onnodige veronderstellingen moet aanslepen. Begin eerst nou eens met de eenvoudigste verklaring en pas als dié onwaarschijnlijk is zoek dán naar dieper liggende oorzaken. Dat is iets wat onze huisartsen voortdurend bij ons doen: eerst eens kijken of het een verkoudheid is en later pas een terminale kanker veronderstellen, eerst een paracetamol en later pas een chemokuur; natuurlijk moet dat allemaal niet tevéél later zijn, want dan heb je niet goed naar de voorhanden symptomen gekeken; u snapt wel wat Ockham en ik bedoelen.

Anderen hebben dit later ‘het Scheermes van Ockham’ genoemd, omdat je als het ware wildgroei van denken wegscheert, en dat was toen en is voor velen nog steeds een echte oogopener. Nog steeds zoeken mensen vaak naar te ingewikkelde oorzaken, en dat geldt al helemaal voor het magisch denken: ook al staat de microscoop voor hun snufferd of is het kweekje vet aan het etteren, toch heeft niet een virus of bacterie het gedaan maar de zondeval, of een heks, of buitenaardse wezens. Binnen de officiële geneeskunde maakt de psychiatrie zich nog wel eens schuldig aan het er met de haren bijslepen van onbewijsbare traumatische jeugdervaringen; ter verdediging daarvan moeten we bedenken dat de oorzaken van psychische kwalen vaak ook nauwelijks aanwijsbaar zijn en dan worden we wel eens overcreatief.

Intussen kunt u voor uw eigen medische sores een geruststellende vuistregel hanteren, een eenvoudige variant van het scheermes, zeg maar het broodmes van Ockham: doe maar gewoon, dan ben je al ziek genoeg.

En als u eens op de operatietafel ligt kunt u de chirurg vlak voor de narcose even toefluisteren: “Dokter, denkt u wel aan het scheermes van Ockham.” Tien tegen een dat ze schielijk tussen haar instrumenten gaat zoeken of u misschien een scalpel hebt gejat. Eenvoudige humor, niet teveel achter zoeken.

Muziek

(na enkele seconden graag):

Danses Classiques, SPOOR 15, Johann Strauss,

Duurt 6’35”, kan dus niet volledig, draai gerust ergens langzaam weg.

Olga, mogelijke toelichting:

“We hoorden de wals Frühlingsstimmen, vaak vertaald met ‘Lentestemming’, van Johann Strauss junior, die leefde van 1825 tot 1899; eenvoudige doch welluidende muziek uit 1883, die misschien wel de goedkeuring van Willem van Ockham zou hebben gekregen.”


© 2024 Toon van der AA