Geloof en ongeloof

Vanmorgen, donderdag 6 december, heb ik even grondig mijn schoenen geïnspecteerd, maar er zat niets in. Ik had n.l. vannacht een verdacht ritselen gehoord, en ik had geen zin om eventueel in een muizenkeutel te stappen.

Hé, u dacht toch niet dat ik in sinterklaas geloofde en hoopte op iets in mijn schoentje maatje 43? En dat op mijn leeftijd! In ben juist een uitgesproken ongelovige, zo een die indertijd heel nadrukkelijk van zijn geloof is áfgevallen. Eerst van sinterklaas, toen van god, en tenslotte van de zin des levens. Volgens mij bestaan ze geen van drieën en kan geen van drieën een verklaring geven voor de ziektes en gebreken waaronder velen van ons lijden.

Ik ben daarmee precies zo’n moderne heiden geworden waartegen mijn moeder mij vroeger ernstig waarschuwde: luister jongen, veel van die lui van boven de grote rivieren, in Amsterdam en zo, die proberen je van de katholieke kerk los te lullen en die beweren dat geloof hetzelfde is als bijgeloof. Ik herinner me nog onze verontwaardiging: geloof en bijgeloof hetzelfde, wat een schandelijke opvatting!

En nu kijk ik af en toe in de spiegel, met verbazing en met een soort van tegenstrijdige nostalgie; en ik constateer, dat ik zélf die schandelijke opvatting erop na houd.

Religieuze mensen beledig ik daarmee nauwelijks. Veel daarvan heb ik niet in mijn  vriendenkring, en zij zijn onderhand wel wat atheïsme gewend. Ik ken wél veel zogeheten ‘ietsisten’, mensen die beweren dat er toch “iets moet zijn” na de dood en die het lastig vinden als ik doorvraag wat voor “iets” ze dan toch bedoelen.

Met deze “ietsisten” en andere in mijn ogen gemakzuchtige denkers kom ik in botsing, als ik alternatieve geneeswijzen bestempel als kwakzalverij en hun vertrouwen erin als bijgeloof. Het is mij een raadsel, hoe mensen met een goede opleiding astrologie en homeopathie serieus kunnen nemen, en diverse van hen zou ik dolgraag hun academische titel afpakken: schaam je om jezelf doctorandus te noemen! Die discussie komt misschien nog wel eens op Radio Signaal.

Intussen beweer ik niet, dat homeopathie, gebedsgenezing, winti, astrologische duiding, enz., dat die nooit of te nimmer een bijdrage aan onze gezondheid kunnen leveren. Want de invloed van suggestie is groot, dat is in kritisch wetenschappelijk onderzoek voldoende aangetoond. De werkzaamheid van zogenaamde placebo’s, in de vorm van pillen of anderszins, is befaamd. Een flink deel van de psychiatrie moet het zelfs hebben van vertrouwen in de hulpverlener of de therapeutische  methode, zeg maar moet het hebben van geloof. En ik sta daar helemaal achter: je kunt het cynisch betitelen als zelfbedrog, maar als het werkt dan doe ik er graag aan mee. In mijn geval is eenvoudige suggestie dan helaas onvoldoende, je moet me echt glashard voorliegen.

Naast het placebo-effect is er natuurlijk de troost en de kracht, die het geloof een mens kan geven; geloof in een opperwezen, in een rechtvaardig hiernamaals, in de zin van het lijden, of in een uiteindelijke genezing. Dat zou ik niemand willen afnemen.

Geloof  in genezing had ik als kerngezond kind nog totaal niet nodig, toen ik van mijn geloof in sinterklaas afviel. Ik heb als afvallige nog één keer mijn schoen gezet, met een wortel erin voor het paard. En ik kreeg cadeautjes terug, plus een week later een schimmelinfectie aan mijn voeten. Gelooft u in toeval?


© 2024 Toon van der AA