Als er weer verkiezingen aan kwamen, dan hadden mijn ouders en andere gezinsleden kritiek op “die hoge heren”, d.w.z. alle politici, die volgens hen hun zakken vúlden en hun beloftes bráken. Evenzogoed stemden ze daarna als een kip zonder kop weer op de traditionele hogeherenpartij KVP, de Katholieke Volks Partij, want we waren nou eenmaal katholiek dus hoorden in dat hok, tòktoktok.
Waren de meesten van ons vroeger dus nogal trouw aan hun katholieke, protestantse of socialistische groep, of zuil zoals men die noemde, tegenwoordig is er geen sprake meer van enige trouw of van samenhangende gedachtegang zoals deze zuilen hadden ontwikkeld, en waar in de loop der jaren min of meer constante en voorspelbare standpunten uit voortkwamen.
Nú daarentegen, nú stemmen de meesten van u als een kip zonder kop op een vers opgekomen kandidaat die een mooi dwars ei legt, het kan niet schelen of dat het tegenovergestelde is van waar u de vorige keer op stemde. Als die nieuwe partijen een samenhangend en tijdbestendig gedachtegoed hadden gekoesterd zoals indertijd de zuilen, een ideologie hadden gehad zoals dat heet, nou dan bouwden we nu ziekenhuizen op wieltjes en van lego, hielden we overmatige reserves in stand van allerlei omstreden soorten medicijnen en apparatuur, en wat al niet, om rekening te houden met het grillige kiezersgedrag.
Maar gelukkig hebben al die nieuwe partijen maar één of twee standpunten en weten ze van hun gezond niet wat ze aan moeten met andere onderwerpen. En de oude partijen zijn intussen hun idealen ontrouw geworden, die hebben zogezegd hun ideologische veren afgeschud, kunnen dus ook alle kanten op kakelen. Daar moet onderhandelingsruimte in zitten, zou je zeggen.
Één van de onderwerpen waarmee álle partijen, maar ook belangenverenigingen, kerken, wetenschappers enz. steeds meer te maken krijgen zijn de grenzen aan de zorg. In die zorg werken in absolute en relatieve aantallen steeds meer mensen, en worden steeds meer behandelingen aangeboden en gevraagd. Dat aanbod en die vraag gaan uiteindelijk onze mogelijkheden om ze te betalen ver te boven, ook al hevelen we de hele rijksbegroting over naar het ministerie van Volksgezondheid. Er wordt gewoon teveel uitgevonden…
Ikzelf ben bijvoorbeeld blij met de uitvinding van het dotteren; zonder die techniek had ik hier niet gezeten. En ook anderszins hebben mijn hartspecialisten voor tonnen zo niet miljoenen aan mij gesleuteld, en er komt alweer een nieuwe dure reparatie voor me aan. Vroeg of laat moet daar paal en perk aan gesteld worden, en richtlijnen daarvoor moeten komen van het hoogste gekozen landelijke gezag, van de Tweede Kamer dus. Welnu, een Kamerkandidaat die daarover verstandige en humane dingen zegt die krijgt mijn voorkeurstem. Dan moeten politieke partijen me wél even vertellen waar op hun lijst ik zo iemand vind, en dan kom ik wel kreunend en steunend naar het stemlokaal toe gekacheld.
——————————————————
Muziek voor Michiel:
De Tweede Balletsuite van Dmitri Sjastakóvietsj, spoor 7 van CD1 (maar als jij een andere van die suites wilt draaien, ook goed hoor). Het is matig hard.
Als afkondigingstekst stel ik voor iets van:
“We luisterden naar een van de balletsuites van de Russische componist Dmitrie Sjastakóvietsj, die leefde van 1906 tot 1975, grotendeels onder dictator Stálin. Er werd daar toen flink wat afgedanst, maar vrije verkiezingen waren er niet bij.”

